Groeivertraging

Vanaf ongeveer 26 weken zwangerschap meten we elke 2 tot 4 weken je baarmoeder op met een meetlint en voelen we naar de groei van je baarmoeder en het kindje. Op die manier kunnen we een goede inschatting maken of het kind voldoende groeit. Als je baarmoeder normaal groeit, zijn er geen zorgen over de groei. Het is dan ook niet nodig om een echo te maken.

Wanneer je baarmoeder niet groeit volgens de verwachtingen, kunnen we je verwijzen voor een groeiecho om je kind te meten en in te schatten hoeveel hij op dat moment weegt. Dit geschatte gewicht wordt ingevuld in een grafiek.

In sommige gevallen wordt er (regelmatig) een echo geadviseerd:

  • als er aanwijzingen zijn dat je kind niet goed groeit,
  • als je eerder een kind hebt gekregen dat te klein werd geboren,
  • als de hoogte van de baarmoeder bij jou moeilijk te meten is.

Soms betekent dit dat we je verwijzen naar de gynaecoloog voor extra onderzoek, maar meestal kan dit bij Echocentrum Sicht.

Voor het onderzoek is het belangrijk dat de omstandigheden steeds zoveel mogelijk hetzelfde zijn. Dat betekent dat je misschien minder verschillende verloskundigen treft dan je gewend bent (voor de groeimetingen maximaal twee verschillende). Ook is het belangrijk dat je blaas leeg is vóór het onderzoek. Een volle blaas kan namelijk de meting verstoren.

Oorzaken

Groeivertraging van het ongeboren kind heeft verschillende oorzaken. Meestal ontstaat groeivertraging pas in het laatste trimester van de zwangerschap, dus ongeveer vanaf 26 weken. De belangrijkste oorzaak van groeivertraging is een slecht functionerende moederkoek (placenta). Dit kan komen door problemen bij de moeder (bijvoorbeeld een hoge bloeddruk) of het kind. Roken speelt een hele belangrijke rol bij groeivertraging. Stoppen met roken is daarom erg belangrijk. Het heeft zelfs nog nut om te stoppen vlak voor je bevalling!